Weinig dingen in hondentraining worden zo vaak door elkaar gehaald als de vier leerkwadranten, het zijn geen meningen of trainingsmethodes. Leerkwadranten is simpelweg een manier om te beschrijven wat er ná een gedrag gebeurt, en of dat gedrag de volgende keer meer of minder waarschijnlijk wordt. (vaker of minder vaak zal gebeuren)
-
Krijgt het gedrag een gevolg waar je meer van wilt? → het gedrag neemt toe
-
Krijgt het gedrag een vervelend gevolg? → het gedrag neemt af
De vier basisvormen
1. Positieve beloning (positief reinforcement)
Je geeft de hond iets wat hij leuk vindt → het gedrag gebeurt vaker.
Voorbeeld: de hond gaat zitten en krijgt een koekje. Hij gaat vaker zitten.
2. Negatieve beloning (negative reinforcement)
Je haalt iets vervelends weg → het gedrag gebeurt vaker.
Voorbeeld: er staat spanning op de lijn. Zodra de hond stopt met trekken, verdwijnt die spanning. De hond leert: netjes lopen = geen druk.
3. Positieve straf (positive inhibitor)
Je voegt iets vervelends toe → het gedrag gebeurt minder vaak.
Voorbeeld: je zegt streng “hé!” als de hond opspringt. Hij springt minder.
4. Negatieve straf (negative inhibitor)
Je neemt iets leuks weg → het gedrag gebeurt minder vaak.
Voorbeeld: het spel stopt als de hond te hard bijt. De hond leert dat ruw spel het plezier laat verdwijnen.
“Positief” en “negatief” betekenen hier alleen toevoegen of weghalen.
Het betekent niet goed of slecht!!
Hoe zie je dit bij schapendrijven?
Bij schapendrijven gebeurt dit de hele tijd, ook al denken mensen daar niet altijd over na.
-
Komt de handler naar de hond toe, zwaait met een stok of gebruikt een harde,strenge stem om de hond te stoppen?
→ Dat is positieve straf: iets vervelends wordt toegevoegd zodat het gedrag stopt. -
Past de hond zijn gedrag aan (neemt afstand, wordt rustiger) en stopt de druk?
→ Dat is negatieve beloning: de hond leert dat goed werken het vervelende gevoel laat verdwijnen. -
Werkt de hond netjes en mag hij blijven werken, of krijgt hij rustige fijne woorden als beloningsvorm?
→ Dat is positieve beloning: werken met de schapen is iets wat de hond graag wil. -
Wordt de hond te druk of luistert hij niet, en wordt hij weggehaald bij de schapen?
→ Dat is negatieve straf: hij verliest wat hij het leukst vindt.
De schapen leren óók
Niet alleen de hond leert — de schapen ook.
-
Bewegen ze weg van de hond en wordt de druk minder?
→ Dat is negatieve beloning voor de schapen: afstand nemen werkt. -
Dagen ze de hond uit en de hond komt hard binnen?
→ Dat is positieve straf: uitdagend gedrag wordt minder aantrekkelijk. -
Loopt een schaap te ver van de groep en voelt het zich onveilig?
→ Dat is negatieve straf: alleen zijn is vervelend, dus blijven ze liever bij de groep.
Alles draait om druk en ontspanning
Schapendrijven werkt met druk geven en weer loslaten.
Dat klinkt ingewikkeld, maar eigenlijk zijn dat gewoon steeds die vier leerkwadranten.
En ja — mensen leren net zo goed:
We kopen schapen, merken dat hooi duur is, verliezen geld en stoppen ermee.
Geld verliezen = gedrag neemt af → negatieve straf 😉